fragment

Kwart voor drie, midden in de nacht:
Het moet dikker, de verf zit er te dun op.
Wat is dat toch dat de nacht zo aantrekkelijk maakt?
Waarschijnlijk de stilte en de eenzaamheid.
Maar dan is er ook de helderheid.
Met een vuile nagel krab ik over de verflaag.
Het moet beslist dikker.
De inrichting moet met zorg verzonnen worden.
Dat verzinnen gaat al doende.
Het proces van het maken is een manier van denken.
Een idee is niet te zien.
Verbleekte herinneringen aan de in te richten ruimte moeten steeds opnieuw verzonnen worden.
En dan zie ik dat de verf er echt dikker op moet.
Gevoelens openbaren zich niet aan mijn oppervlakte,
laat staan dat ik me uitdruk.
Want ik heb geen diepere lagen die associaties oproepen met wat verborgen ligt in de aarde.
Mijn geboorte is een ongeluk en ik weet niet waar ik wat zoeken moet.
Intussen wil iedereen maar grenzen zoeken, verleggen en overschrijden.
Als men zegt dat mijn werk een sacrale of mystieke uitstraling heeft dan vrees ik het ergste.
Hoe zal ik mij verstaan met mensen die woenselen en verhaspelen?
Begrippen als ‘geactiveerde emotionaliteit’ of ‘betekenisloze zijnstoestanden’ maken mij misselijk.
Zoiets als ‘vat op de wereld proberen te krijgen’ wens ik mijn ergste vijanden nog niet toe.

 

boor

 

 

 
   
  1
  2
  3
  4
  5
  6
  7
  8
  9
  10
  11
  12
 
  14
  15
  16
  17
  18
  19
  20
homepage